Gillende keukenmeid

Veifgever: Arie de Kievit
Woorden: provo – bezorger – Sinterklaas – papegaai – gillende keukenmeid

Opmerking vooraf: In ‘Geef me de veif’ schrijf ik verhalen op basis van vijf gegeven woorden. De oplettende lezer zal al gezien hebben dat hierboven zes woorden staan. De laatste twee kunnen gezien worden als twee zelfstandige woorden, maar zijn in combinatie ook een begrip. Maar of het in dit verhaal ook tot vuurwerk zal leiden…?

***

Mees zit met zijn zoon Mees junior in het kievitsnest aan de rand van een maisveld. Zijn vrouw Duifje is met dochters Mereltje en Snipje en zoon Guusje naar een familiefeest in Limburg. Dat is een paar dagen vliegen van hun woonplaats. Ze zijn zojuist vertrokken en komen over een week weer thuis.  Mees zou vanwege zijn hoogtevrees sowieso niet zijn meegegaan. Vliegen op een hoogte van maximaal een meter is in hun landelijke woonomgeving geen probleem, maar maakt een lange reis waarbij drukke snelwegen moeten worden overgestoken levensgevaarlijk. Mees junior heeft ook hoogtevrees en heeft een paar dagen geleden na een val zijn rechtervleugel zwaar gekneusd. En dus zijn Mees en Mees junior samen achtergebleven in het kievitsnest.

Nadat Mees zijn vrouw en kinderen heeft uitgezwaaid, wil hij beginnen met opruimen van het nest. Maar Mees junior heeft een ander idee. Pap”, zegt hij, “ik vond dit boek. Er zitten allemaal plaatjes in.” Mees kijkt naar het boek en zegt: “Dat is een fotoboek van onze familie. Zullen we er samen naar kijken?” “Ja”, juicht Mees junior. Hij slaat het boek open en ziet een oude vergeelde foto van een kievit op leeftijd. “Wie is dit?”, vraagt hij. “Dit is je betovergrootvader”, antwoordt Mees. Mees junior kijkt hem verbaasd aan. “Was hij een tovenaar?” Mees schiet in de lach. “Nee”, antwoordt hij. “Maar hij was wel een beroemd provo.” “Wat is een provo?”, vraagt Mees junior. “Provo is voor ons vogels een afkorting van professioneel voetballer”, legt Mees uit. “Jouw betovergrootvader speelde bij Stormvogels toen deze club nog betaald voetbal speelde. Hij was spits en heeft heel veel doelpunten gemaakt. Hij scoorde net zo makkelijk met zijn linker- als met zijn rechterpoot. Maar koppen deed hij niet. Dat was niet goed voor zijn kuif.” “Ik wil ook wel provo worden”, zegt Mees junior als zijn vader is uitgepraat. “Maar toveren vind ik ook leuk, dus misschien word ik toch liever betovergrootvader.”

Mees slaat de bladzijde om. “Wie is dat?”, roept Mees junior, wijzend op een kievit met een rood hoofddeksel, een rode mantel en een witte baard. “Dat is opa”, antwoordt Mees. “Hij speelde toen voor Sinterklaas.” “En wie is die kraai met die malle kleren naast hem?”, vraagt Mees junior. “Dat is geen kraai”, zegt Mees. “Dat is je oma. Gewoon een kievit, maar dan geschminkt als Zwarte Piet.” Mees junior kijkt hem vragend aan. “Sinterklaas is een mensenfeest dat wij hebben overgenomen.”, legt Mees uit. “Hij geeft cadeautjes aan kinderen en heeft knechten die allemaal Zwarte Piet heten.
Voordat zijn zoon verder kan vragen, slaat Mees snel de bladzijde om. “Weer opa als Sinterklaas”, roept Mees junior. “Maar nu is oma niet meer helemaal zwart. Ze heeft alleen maar een paar zwarte vegen. Was de schmink op?” Mees kijkt zijn zoon aan en zegt: “Nee, er was nog schmink genoeg. Er wordt nu alleen niet meer zo veel gebruikt. Slechts een paar vegen. De kraaien waren namelijk boos omdat zij Zwarte Piet racistisch en discriminerend vinden. Dat heeft iets met vroeger te maken, maar dat vertel ik je later nog wel eens. ” Mees bladert snel verder.

De tijd vliegt voorbij. Mees en Mees junior genieten van het kijken naar de foto’s en de verhalen die erbij horen. Dan landt Gerrit de postduif bij het nest. “Heb je nog een bericht te verzenden?”, vraagt hij aan Mees. “Ja”, antwoordt Mees. “Aan het nieuwe restaurant in het dorp om via Thuisbezorgd eten te laten bezorgen.” Gerrit schudt zijn hoofd. “Dat gaat ‘m niet worden”, zegt hij. “De bezorger is ziek. Je kunt eventueel wel een tafel reserveren.” Mees denkt even na en zegt dan: “Goed, doe dat dan maar. Een tafel voor twee om 18.00 uur.”

Na een wandeling van iets meer dan een kwartier melden Mees en zijn zoon zich op de afgesproken tijd in het restaurant. Zij worden ontvangen door papegaai Lorre. “Welkom”, zegt Lorre. “Ik ben uw gastheer. Omdat ik alle talen spreek. Ik praat alles na. Wilt de kaart?” “Nee”, antwoordt Mees. “Ik heb liever wat te eten.” Lorre lacht luid. “Haha, meneer is een grapjas. Mag ik u de specialiteit van de chef aanbevelen?” Mees denkt even na en vraagt dan: “En dat is?” “Twee gele bloemenkevers op een bedje van onrijpe zaden”, antwoordt Lorre. “Ik ben vegetariër”, zegt Mees. “Maar mijn zoon lust dat wel.” Dan denkt Lorre even na en zegt: “Geen probleem, meneer. Dan krijgt uw zoon drie gele bloemenkevers op een bedje van onrijpe zaden en krijgt u een tweepersoonsbedje van onrijpe zaden, maar dan wel extra mooi opgemaakt.” Mees stemt met dit voorstel in.

Tien minuten later zet papegaai Lorre twee mooi opgemaakte borden op tafel. “Eet smakelijk”, zegt hij. “Dat gaat wel lukken”, reageert Mees. “Ziet er lekker uit.” Maar precies op het moment dat vader en zoon hun snavels in het gebodene willen zetten, klinkt er een ijzingwekkende kreet uit de keuken. Mees en Mees junior kijken verschrikt op. De deur naar de keuken slaat open en een lid van het keukenpersoneel rent gillend het restaurant in. Uit de angst in haar ogen valt af te lezen dat er in de keuken iets vreselijks moet zijn gebeurd.   “Sp.. sp.. sp.. sp..”, gilt ze, terwijl ze naar de uitgang rent.  “Excuses voor dit voorval. Eén van de gasten heeft een gerechtje met spinnen besteld. Onze medewerkster is echter heel bang voor spinnen”, verklaart gastheer Lorre het gedrag van de gillende keukenmeid.

Als Mees en zijn zoon even later weer thuis in het nest zijn, praten ze nog na over het voorval in het restaurant. “Ik moest er wel een beetje om lachen”, zegt Mees junior. “Maar eigenlijk is het helemaal niet leuk als je ergens zo bang voor bent. Wij hebben het zelf eigenlijk ook.” “Wij zijn toch niet bang voor spinnen?”, onderbreekt Mees hem. “Nee”, antwoordt Mees junior, “maar wij hebben hoogtevrees. En daardoor kunnen wij nooit mee op reis. Dat is voor mama en de anderen toch eigenlijk niet leuk.” Mees kijkt zijn zoon aan. “Jij hebt de wijsheid van je moeder, jongen”, zegt hij trots. “Je hebt gelijk. Overmorgen mag jij weer vliegen. Dan gaan we samen proberen om elke dag een stukje hoger te vliegen. We hoeven niet heel hoog, maar wel hoog genoeg om veilig te kunnen vliegen. We gaan elkaar helpen om de hoogtevrees te overwinnen.” “Ja”, juicht Mees junior. “Samen kunnen wij dat. Wat zal mama dan opkijken.”

Mees strijkt zijn zoon liefdevol over zijn kuif. “Zullen we nog even in het fotoboek kijken”, stelt junior voor. “Nee, jongen. Het is tijd om te gaan slapen”, zegt Mees.
“Het was een leuke dag, pap.”
“Ja, jongen. Dat was het zeker. Slaap lekker.”

Zie ook: Vreemde vogel

Zie ook: Blauwe vinkjes

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *