De ‘oude buurman’

Het is zondag 23 augustus 2020. Het is vandaag twee jaar geleden dat de ‘oude buurman’ overleed. Ik denk terug aan een bijzondere dag die ik samen met hem mocht doorbrengen. Wetend dat hij er om 17.00 uur niet meer zou zijn, zaten we rond 10.00 uur toch in restaurant De Vrienden aan de koffie met appelpunt met slagroom. En even na 12.00 uur waren we er weer terug voor de warme maaltijd. Voorgerecht, hoofdgerecht, toetje en voor de ‘oude buurman’ zoals altijd een glas rode wijn. Dat zijn leven vijf uur later zou eindigen was voor de ‘oude buurman’ geen reden om van zijn gewoonten af te wijken.

In februari 1992 verhuisden Tiny en ik van Rotterdam naar Alphen aan den Rijn. We maakten al snel kennis met de buren van nummer 11. Een ouder echtpaar dat zich voorstelde als Toon en Jannie Doornheim. Hoewel het klikte tussen ons en we vaak bij elkaar over de vloer kwamen, spraken wij de buren gezien het grote leeftijdsverschil nooit bij hun voornamen aan. Het was en bleef buurman en buurvrouw.

In juni 1993 werd onze tweeling geboren. De buurman en buurvrouw waren zo mogelijk nog blijer met de geboorte van onze kinderen dan wij zelf. Zij hadden graag kleinkinderen gehad, maar hun enige zoon en schoondochter bleven kinderloos. Onze kinderen werden dan ook met enige regelmaat over de schutting getild om even door de buren vertroeteld te worden. Toen mijn zoontje een jaar of drie was, vertoefde hij vaak bij de buurman als hij in z’n schuur aan het knutselen was. Zoonlief werd op de werkbank getild, kreeg een kleine hamer in zijn vuistje en mocht ‘buurman timmer’ dan helpen.

In 1996 verhuisden wij naar een grotere woning. Het was slechts een klein stukje verderop in de straat en het contact bleef. We kwamen nog vaak bij elkaar. Omdat we op ons nieuwe adres meerdere buren hadden en het voor de kinderen duidelijk te houden, werden de buurman en de buurvrouw de ‘oude buurman’ en de ‘oude buurvrouw’. Dat is zo gebleven.

Na het overlijden van de ‘oude buurvrouw’ in 2000 verwaterde het contact niet. De ‘oude buurman’ kwam nog regelmatig even langs. Zelfs nadat hij verhuisd was naar wooncomplex Driehoorne bleef het contact bestaan. Al werden de fysieke bezoeken van zijn kant wel minder. Zijn altijd al slechte gezichtsvermogen werd steeds slechter en ook horen ging hem steeds slechter af. Toch stapte hij nog vaak op zijn elektrische fiets om een tocht te maken of om boodschappen te doen.

Op 27 april 2017 ging bij mij de telefoon. “Met de buurman”, meldde de ‘oude buurman’ zich nadat ik de telefoon had opgenomen. Ik hoorde meteen aan zijn stem dat er iets niet goed was. Hij vertelde dat er bij zijn zoon een tumor was ontdekt en dat hij zich zorgen maakte. Hij vertelde ook dat de vriendin met wie hij één keer per week boodschappen ging doen, was verhuisd. De ‘oude buurman’, inmiddels 96 jaar oud, zag het allemaal even niet meer zitten. Een uur later zat ik bij hem. We spraken af dat ik met hem mee zou gaan om boodschappen te doen. Op zondagmiddag, want dan was het nog lekker rustig in de supermarkt. Hij stelde voor om dan eerst samen te gaan lunchen in het naast het wooncomplex gevestigde restaurant De Vrienden. Daar waren we vanaf dat moment elke zondag vanaf 12.15 uur te vinden. We hadden er een vast tafeltje. Een uurtje later liepen we -vanwege zijn doofheid naar elkaar schreeuwend-  door de winkel. *)

Het bleef niet bij het samen lunchen en boodschappen doen op zondagmiddag. Langzaam maar zeker werd het aantal bezoeken aan hem uitgebreid. Gewoon even voor de gezelligheid samen een kop thee drinken en later op vaste tijdstippen om zijn medicijnen klaar te leggen. Al snel zat de ‘oude buurman’ op zijn praatstoel. Hij vertelde graag over zijn werk bij de politie in Den Haag en over zijn jeugd op Goeree-Overflakkee. Tijdens één van mijn bezoeken vroeg hij of ik het gedicht over Boerke Naas van Guido Gezelle kende. Ik kende het niet. Hij wel. Hij ging er goed voor zitten en droeg het hele, ontzettend lange, gedicht voor. In dialect en echt woordelijk. Ik heb de tekst later thuis opgezocht. De ‘oude buurman’ had geen woord gemist.

In 2018 ging het langzaam bergafwaarts met zijn gezondheid. Hij zag bijna niets meer en ook zijn gehoor werd steeds minder. Hij moest noodgedwongen stoppen met zijn geliefde activiteiten als fietsen en klaverjassen. Voor zichzelf koken ging niet meer. Ook televisiekijken ging nauwelijks meer. Zijn stoel schoof hij steeds dichter bij het tv-scherm om toch nog iets te kunnen ontwaren. Samen boodschappen doen, was er niet meer bij. Hij kon het niet meer. We gingen op zondag nog wel samen lunchen, maar daarna ging ik alleen met zijn boodschappenbriefje, waar steeds minder op stond, naar de winkel.

Kort na zijn 98ste verjaardag stemde zijn huisarts, na meerdere verzoeken, in met euthanasie. In de laatste anderhalve week van zijn leven was ik elke dag bij de ‘oude buurman’. Twee dagen voor zijn geplande overlijden hebben mijn kinderen afscheid van hem genomen. Een emotioneel moment. De laatste dag was ik al vroeg bij hem. We hebben koffie gedronken, gegeten en gepraat. ’s Middags kwamen ook zijn zoon en schoondochter. Rond 16.45 uur arriveerde de huisarts samen met een huisarts in opleiding. De ‘oude buurman’ sprong bijna op uit zijn stoel. “Zal ik op bed gaan liggen?”, vroeg hij. “Even wachten”, antwoordde de huisarts. “Ik wil nog wel heel even met u praten.”

Rond 17.00 uur was het dan zover. De ‘oude buurman’ lag op zijn bed. Hij stak zijn hand naar me uit. Die heb ik vastgepakt. En toen was het voorbij.

Naschrift: Na het overlijden van de ‘oude buurman’ is er een warm contact gebleven met zijn zoon en schoondochter. Helaas is de schoondochter in mei van dit jaar overleden.

*) Zie ook Met de oude buurman schreeuwend door de supermarkt. Man, wat mis ik dat.

 

5 replies on “De ‘oude buurman’”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.