Gewoonte

Veifgever: Kasper Kombrink
Woorden: Paraplu – chocoladebiscuitje – boswandeling – snorfiets – koe

Henk zit aan de eettafel. Hij leest de ochtendkrant die opengeslagen voor hem ligt. Het is stil in de kamer. Het enige geluid dat je hoort, is het tikken van de klok. Zoals elke morgen leest Henk eerst het financiële nieuws achterin de krant. Waarom hij dat doet, weet hij eigenlijk zelf ook niet. Het is een gewoonte. Terwijl hij het nieuws tot zich neemt, doopt Henk een chocoladebiscuitje in het kopje thee dat naast de krant op de tafel staat. Ook dat is een gewoonte. Hij brengt het biscuitje naar zijn mond, maar hij heeft het net iets te lang in de thee gedoopt. Het geweekte deel van het biscuitje valt op de krant. “Hè, sukkel”, moppert Henk op zichzelf. Hij staat op en loopt naar de keuken om een lepeltje te pakken om de smurrie van de krant te schrapen.

Terwijl hij naar de keuken loopt, denkt Henk weer even terug aan gisteren. Het was zijn laatste dag bij het bedrijf waar hij ruim 45 jaar heeft gewerkt. Er was een afscheidsreceptie die door veel collega’s en oud-collega’s werd bezocht, er was een toespraak van de directeur die lovende woorden over hem sprak. Niet dat de man hem persoonlijk kende, want hij was nog maar net bij het bedrijf in dienst, maar toch… het waren lovende woorden en die deden Henk goed. De directeur had, voordat hij zijn toespraak schreef, met de collega’s van Henk gesproken. “Henk, jouw collega’s noemen jou een man van gewoonten. Iemand die niet van zijn pad afwijkt”, sprak de directeur. Dat klopt wel, moest Henk toegeven.

De directeur wist in zijn toespraak opvallend veel over hem te vertellen. Dat zijn vader al op jonge leeftijd was overleden en dat Henk tot zijn 36ste bij zijn moeder woonde en voor haar zorgde. Dat hij na het overlijden van zijn moeder drie jaar alleen was geweest, maar toen Anneke ontmoette. Dat zijn collega’s hem zagen opbloeien nadat hij met Anneke was getrouwd. Dat hij en Anneke mooie plannen hadden om te gaan genieten van zijn pensioen. Maar dat dit helaas niet zo mocht zijn, want Anneke overleed een half jaar geleden. “Maar toch, Henk”, sprak de directeur, “toch hoop ik dat je nog kunt gaan genieten van mooie dingen die hopelijk nog op je pad komen. We weten dat jij nog heel vaak naar het bos fietst om daar een boswandeling te maken, zoals je dat altijd met je vrouw deed. Want zoals gezegd, jij bent een man van gewoonten. En dit blijf je dus ook doen.” “Dat klopt”, beaamde Henk. Hij werd uitgenodigd naar voren te komen om zijn afscheidscadeau in ontvangst te nemen. Henk viel bijna achterover toen hij zag wat er voor hem naar binnen werd gereden: een snorfiets. “Je wordt een dagje ouder, Henk”, grapte de directeur. “Nu hoef je niet meer zelf te trappen.”

Henk schraapt met een theelepeltje de geweekte restanten van het chocoladebiscuitje van de krant. Hij kijkt op de klok. “Tien uur. Tijd om naar het bos te gaan”, mompelt hij. Hij pakt vier chocoladebiscuitjes en doet ze in een boterhamzakje. Dat doet hij altijd als hij naar het bos gaat. Dan heeft hij onderweg wat te knabbelen. Hij stapt op zijn snorfiets en rijdt naar het bos.

Als Henk bij de bosrand aankomt, ziet hij haar al staan. Ze staat er elke dag. Bij het prikkeldraad van een weiland. Ze streelt de kop van een koe. Dat doet ze elke dag. Henk kent haar niet persoonlijk, maar hij weet dat ze twee straten achter hem woont en dat ze sinds ongeveer een half jaar weduwe is. Ze hebben elkaar nooit gesproken. Afgezien dan van de dagelijkse groet “goedemorgen” als Henk zijn fiets tegen een boom had gezet en het bos inliep.

Maar vandaag wijkt Henk, tegen zijn gewoonte in, af van zijn pad. Als hij zijn snorfiets op de standaard heeft gezet, loopt hij naar de vrouw toe en gaat naast haar staan. “Mooie koe”, zegt hij. “Mooie snorfiets”, zegt de vrouw. Ze kijken elkaar aan en moeten er allebei om lachen. “Mooie openingszinnen”, zegt Henk. “Ik ben Henk.” “Ik ben Marijke”, stelt ook de vrouw zich voor. “Zullen we samen een boswandeling maken?”, vraagt Henk. “Ja, gezellig”, antwoordt Marijke. “Maar misschien moeten we niet te ver gaan, want volgens mij komt er een flinke regenbui aan.” “Oh, maar dat is geen probleem, hoor”, zegt Henk. “Ik heb altijd een paraplu bij me. Een gewoonte van me.”

Henk en Marijke lopen samen in het bos. Bij een kruispunt van bospaden staan ze stil. “Welke kant zullen we opgaan?”, vraagt Henk. “Ik ga hier eigenlijk altijd rechtdoor. Een gewoonte van me.” Marijke lacht. “Ik ga hier altijd naar rechts. Een gewoonte van mij.” “Zullen we dan maar eens linksaf gaan”, stelt Henk voor. “Dat is goed”, antwoordt Marijke. Henk pakt het boterhamzakje uit zijn jaszak. “Chocoladebiscuitje?” “Lekker”, zegt Marijke. Even later tijdens de wandeling raken hun handen elkaar. Als vanzelf schuiven de handen ineen. Hand in hand gaan ze verder het bos in.

 

2 replies on “Gewoonte”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.